uitleg over

SMAF

Communicatie met de hond met SMAF-taal (Signal Meaning And Form)

Als basis communicatie hebben signalen een specifieke betekenis en vorm. Een signaal is in wezen een waarneembare manier van communicatie die niet alleen een specifieke boodschap overbrengt, maar ook een bepaalde structuur of patronen hebben, die waarneembaar is voor in dit geval de hond, want we hebben het hier over trainen van honden. Dus niet alleen mens-hond maar ook hond-hond of hond-mens.
Deze tweevoudige aard van signalen zorgt ervoor dat de overgebrachte informatie wordt doorgegeven, ontvangen en begrepen door de beoogde ontvangers in een bepaalde ecologische of sociale context.

Bovendien onderstreept de ingewikkelde relatie tussen een signaal en de daaropvolgende gedragsreacties een essentieel aspect van gedragsveranderingen van dieren. Eenmaal uitgezonden, roept een signaal steevast een gedragsreactie op bij de ontvanger, waardoor een reeks gebeurtenissen volgen. Deze reacties, die worden beheerst door de intrinsieke en extrinsieke factoren die de individuele hond beïnvloeden, deze zijn niet willekeurig, maar zijn gerichte en doelgerichte acties om de inhoud en de bedoeling van het ontvangen signaal uit te voeren.

Vervolgens leiden deze gedragingen tot gevolgen, waardoor een consequent verband wordt gelegd tussen het oorspronkelijke signaal en de uiteindelijke uitkomst. Deze opeenvolging – signaal – gedrag – consequentie (gevolg) – vormt een fundamentele feedbacklus die centraal staat in het gedragsaanpassingsproces. Door dit mechanisme kan gedrag worden versterkt of afgeremd, afhankelijk van de aard van de gevolgen die erop volgen. Het is daarom erg belangrijk dat je signaal – gedrag – gevolg begrijpt om het gedrag van de hond te kunnen veranderen. Het biedt een gestructureerd kader waardoor je precies kan analyseren wanneer er iets niet volgens plan verloopt en je het kan aanpassen.

Elke vaardigheid vereist een op maat gemaakte aanpak, rekening houdend met de individuele kenmerken, het leertempo en eerdere ervaringen van de hond. Dit geldt met name voor complexe vaardigheden zoals terugkomen / recall, die idealiter stapsgewijs moeten worden aangeleerd om een goede stevige basis te krijgen. Door bijvoorbeeld eerst in een prikkelarme omgeving te beginnen. Dan kan de hond het signaal leren zonder te veel afgeleid te zijn en te voorkomen dat hij de fout in kan gaan. Daarna vergroot je de afstand heel langzaam in kleine stapjes zodat je altijd succes hebt. Ik heb zowel online een recall training maar je kan hem ook als prive training volgen.

Betekenissen:

Signaal: Een signaal is alles wat opzettelijk het gedrag van de hond beïnvloedt. In onze interacties met andere soorten gebruiken we signalen om hun gedrag opzettelijk te beïnvloeden (geen aanwijzingen). Elk signaal heeft zowel betekenis als vorm. We classificeren deze signalen op een schaal van goed tot slecht op basis van hun efficiëntie, helderheid, intensiteit, vorm en precisie ongeacht de omgeving.

Cue: Een cue is alles wat onbedoeld het gedrag van de ontvanger beïnvloedt.

Commando: Een opdracht, is een signaal dat consequent een specifiek gedrag van de hond oproept met minimale variatie.

Elk signaal in hondentrainingen heeft een duidelijke betekenis en vorm, wat bijdraagt aan de effectiviteit ervan.
Effectieve signalen worden duidelijk begrepen en consequent opgevolgd door de hond.
Visuele signalen (lichaamstaal) zijn het meest effectief voor korte afstandscommunicatie, terwijl auditieve signalen (zoals stem en fluit signalen) beter geschikt zijn voor interacties op lange afstand.

Visuele signalen: bijvoorbeeld handgebaren, lichaamsbewegingen en niet te vergeten gezichtsuitdrukkingen. Honden kunnen zeer goed observeren waardoor ze erg goed reageren op visuele signalen.

Auditieve signalen: stemsignalen is een primaire vorm van communicatie in training. De toon, het volume en de toonhoogte van deze signalen kunnen een groot verschil maken. Consistentie bij het gebruik van specifieke woorden of geluiden zijn van cruciaal belang.

Fysieke signalen: zoals een zachte aanraking, geleidende aanraking of een specifieke harnasopstelling, kunnen ook dienen als signalen. Deze zijn vooral handig voor communicatie op korte afstand met honden die doof of blind zijn.

Eenduidige signalen: De helderheid van een signaal is super belangrijk. Dubbelzinnige signalen leiden tot verwarring bij de hond en het leren verstoren. Elk signaal moet een duidelijke betekenis hebben zonder overlapping.

 

Consistentie: Consistentie bij het gebruik van signalen is noodzakelijk. Honden leren door herhaling en gevolgen, dus het gebruik van hetzelfde signaal voor een specifiek gedrag helpt elke keer bij sneller en effectiever leren.

Onmiddellijke reactie: Effectieve signalen vragen om een snelle reactie van de hond. Deze primaire koppeling tussen signaal en gedrag versterkt het leren.

Precisie en timing: De timing van een signaal is net zo belangrijk als de aard ervan. Bij operanteconditionering moet het gevolg onmiddellijk het gedrag volgen zodat de hond de juiste associatie met het signaal maakt. Ben je te vroeg of te laat krijg je een ander gedrag te zien dan je voorogen had.

Aanpassing aan de individuele hond: niet alle honden reageren gelijk op dezelfde signalen. Als trainer en eigenaar moet je vaak signalen aanpassen aan individuele hond, rekening houdend met factoren zoals ras, temperament en ervaringen uit het verleden.

Evalueren van de signalen: hoe verder de training vordert, moeten signalen mogelijk worden verfijnd of ontwikkeld om de hond uit verder te dagen en meer te betrekken bij de opdracht.

Van expliciet tot subtiel: In het begin zijn signalen meestal expliciet en overdreven. Naarmate de hond leert, kunnen deze subtieler worden en naar meer genuanceerde vorm van communicatie.

Signaal vervagen: Na verloop van tijd is het doel vaak om de afhankelijkheid van voor de hand liggende signalen te verminderen, waardoor meer natuurlijke en vloeiende interacties tussen de trainer en de hond mogelijk zijn.

De praktijk

Je moet echter wel op blijven letten om valkuilen te vermijden die het leerproces in de weg kunnen zitten – een situatie waarin de hond in de war raakt door gemengde signalen of inconsistente van trainingsmethoden.
Waar je goed op moet letten zijn de volgende dingen.

Vermijd onnodige herhaling: te vaak herhalen van signalen, of het nu gaat om verbale (“geluid”) of fysieke (“aanrakingen”), kan de effectiviteit verkleinen en leiden tot het vervagen van het signaal, de hond wordt ongevoelig voor het signaal. Elk signaal moet verschillend, doelgericht en spaarzaam worden gebruikt om de betekenis ervan te behouden.
Een voorbeeldje van het woordje zit. Als de hond niet snel genoeg reageert (volgens jou) dan herhaal je het woord en kan het gebeuren dat je wel 10 x “zit” zegt voor je hond uiteindelijk met zijn kont op de grond gaat zitten. Dat geeft als resultaat dat je straks 10 x achter elkaar “zit” moet zeggen voor de hond gaat zitten. En dat wil je echt niet.

Minimaliseer het risico op falen: Het falen kan optreden als er te veel signalen worden gegeven of de bevestiging op een verkeerd moment wordt gegeven. Dit kan leiden tot angst, verwarring en een communicatiebreuk. Het is uiterst belangrijk om duidelijk, consistent en vooral geduldig te zijn in alle oefeningen om negatieve resultaten te voorkomen. Eigenlijk gewoon altijd geduldig te zijn als je met je hond samen bent. Of je nu aan het trainen bent of niet.

Natuurlijke en intuïtieve communicatie: Het doel in gedragsverandering is om een communicatielijn maken die natuurlijk aanvoelt en gemakkelijk door de hond kan worden begrepen. Dit omvat het observeren en respecteren van de lichaamstaal van de hond, het geven van duidelijke en consistente signalen.

Aanpassing voor het individu: Het is een misvatting om een one-size-fits-all te gebruiken bij het trainen van honden Elk individu heeft zijn eigen persoonlijkheid, leercurve en een reeks ervaringen. Het afstemmen van de training en dus aan te passen aan het individu is veel effectiever om de gewenste gedragsverandering te krijgen. Er bestaat geen quick fix, deze hebben kortstondig effect of helemaal geen. Geloof er niet in. Jij leert ook niet sneller als er iemand naast je staat die je elke keer dat je iets fout doet een pak slaag geeft. Je wordt er echt niet beter of sneller door.

Communicatie tussen honden in het kort.

Een daarop volgend nieuw signaal kan zijn vrij, klaar of toe maar. Iets wat aanduid dat de hond iets voor zichzelf mag doen en niet meer wordt bevestigd. De hond is vrij om te gaan en te doen wat hij op dat moment wil doen, zonder sturing van de mens. Maar ook voor dit signaal één woord type gebruiken en niet door elkaar of steeds iets anders zeggen.

Vrij(vaardigheid) =>geen enkel specifiek gedrag wordt bevestigd of wel ga iets voor jezelf doen(betekenis) =>vrij,geluid(vorm)

Op deze manier zijn alle signalen in mijn trainingen opgebouwd. SMAF is dus de basis. Dit is om het voor jou makkelijk te maken en duidelijk te blijven naar de hond. Zo voorkom je onnodig allerlei ingewikkelde zaken als ongewenst gedrag of dat je weer dingen moet afleren. Iets afleren is vele male moeilijker dan iets nieuws aanleren. Als je iets nieuws hebt aangeleerd in kleine stapjes tegelijk met een duidelijke opbouw en rust. Laat de hond het juiste gedrag zien. En heb je levenslang plezier.

Pacifyingsignalen: honden laten ook special gedrag zien zoals pacifying. Om een conflict te voorkomen en te laten zien dat ze enkel vriendelijk willen zijn. Dit kunnen diverse signalen zijn een paar voorbeelden gapen, wegkijken, en likken van de lippen.

Er zijn natuurlijk nog veel meer voorbeelden van lichaamstaal te omschrijven. Dan wordt dit verhaal veel te lang en wordt daarom in een ander artikel(en) beschreven. Vandaar dat ik het bij een enkel voorbeeld houd.

Lichaamstaal van de mens: honden kunnen heel goed de lichaamstaal van de mens herkennen en begrijpen. Ze kunnen hele kleine subtiele aanwijzingen oppakken zoals gezichtsuitdrukking of richtingsverandering.

Gevoeligheid van menselijke emoties: honden kunnen menselijke emoties herkennen en zelfs empathisch reageren. Deze gevoeligheid heeft ook invloed op trainingen en signalen.

Het stemgeluid van de trainer: De emotionele staat van de trainer heeft ook invloed op de reactie van de hond. Blijf dus consistent, rustig en overtuigend in je vraagstelling om een betere reactie te krijgen. Hoe frustrerend het soms ook kan zijn als iets niet direct lukt.

Aanpassing aan menselijke omgeving: honden zijn geavaleerd met het samen leven met mensen en hebben onze manier van doen begrepen om zich zo beter staande te kunnen houden, om zo te overleven. Zo begrijpen ze onze houding en snappen ze wat je bedoeld als je met je vinger ergens naar wijst.  

Hoe ziet een smaf beschrijving er eigenlijk uit?
Ik heb een voorbeeldje gemaakt van oefeningen die iedereen wel aan zijn hond leert. Je ziet hier dus wat er allemaal nodig is om een voor het oog simpel lijkend gedrag uit te laten voeren. Maar blijken toch nog best wel wat handelingen voor nodig te zijn om het goed te laten uitvoeren. Je dus een door jou in gedachte hebbende uitvoering te laten zien. Daarom is het zoooo belangrijk dat je één signaal voor één uitvoering gebruikt. Zo blijf je duidelijk voor de hond. Gebruik die signalen ook nooit door elkaar. Ze hebben altijd maar één betekenis en niks anders. Zo kan je hond nooit in verwarring raken met wat jij nu precies vraagt en zo dus altijd het juiste gedrag laat zien.

Je zegt de naam van de hond. Jou bedoeling is hejjj let op, kijk naar mij, ik ga je nu iets vragen. En na het noemen van zijn naam volgt er een nieuw signaal en dat kan van alles zijn. In het kort op papier in SMAF ziet het er zo uit:

Naam(naam van je hond) => kijk naar mij(de betekenis) => Naam,geluid(vorm)

Daarna kan je bijvoorbeeld, je hond laten zitten. Of dit nu voor je is of naast maakt niet zo veel uit. Zit is zit en is niet locatie afhankelijk. Zitten betekend dus met je kont op de grond. Dus de kont van de hond raakt de grond, dat is niet half er boven hangen, of gaan liggen of stil staan. Nee, echt met de kont op de grond. En daar net zo lang blijven totdat jij een nieuw signaal geeft.

Sit(vaardigheid) => Doe je kont op de grond EN houdt het op de grond tot ik een ander signaal geef.(betekenis) => Zit,geluid + Zit,hand(vorm)

Een daarop volgend nieuw signaal kan zijn vrij, klaar of toe maar. Iets wat aanduid dat de hond iets voor zichzelf mag doen en niet meer wordt bevestigd. De hond is vrij om te gaan en te doen wat hij op dat moment wil doen, zonder sturing van de mens. Maar ook voor dit signaal één woord type gebruiken en niet door elkaar of steeds iets anders zeggen.

Vrij(vaardigheid) =>geen enkel specifiek gedrag wordt bevestigd of wel ga iets voor jezelf doen(betekenis) =>vrij,geluid(vorm)

Op deze manier zijn alle signalen in mijn trainingen opgebouwd. SMAF is dus de basis. Dit is om het voor jou makkelijk te maken en duidelijk te blijven naar de hond. Zo voorkom je onnodig allerlei ingewikkelde zaken als ongewenst gedrag of dat je weer dingen moet afleren. Iets afleren is vele male moeilijker dan iets nieuws aanleren. Als je iets nieuws hebt aangeleerd in kleine stapjes tegelijk met een duidelijke opbouw en rust. Laat de hond het juiste gedrag zien. En heb je levenslang plezier.